Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg over de toekenning van een persoonsgebonden budget (pgb) voor beschermd wonen volgens profiel GGZ 3C. De rechtbank stelde vast dat het college het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) niet volledig had gevolgd, met name doordat de omvang van de benodigde ondersteuning in uren niet concreet was vastgesteld.
Het college gebruikte zorgzwaartepakketten (ZZP) met een bandbreedte van uren, maar stelde niet vast hoeveel uren eiseres concreet nodig had. Hierdoor was onduidelijk of het toegekende budget toereikend was. Ook werd onvoldoende onderzocht in hoeverre eigen mogelijkheden, mantelzorg en andere voorzieningen konden bijdragen aan de ondersteuning.
De rechtbank oordeelde dat deze werkwijze niet voldoet aan de maatwerkgedachte van de Wmo en dat het onderzoek onvoldoende was. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen na nader onderzoek. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiseres vergoed.