Belanghebbende, woonachtig in Frankrijk, ontvangt inkomsten uit lijfrente en pensioen waarvan het grootste deel in Frankrijk wordt belast. Hij verzocht om aftrek van ziektekosten naar rato van het in Nederland belaste inkomen, verwijzend naar het arrest van het Hof van Justitie van 9 februari 2017 (Zaak X). De rechtbank overweegt dat de situatie van belanghebbende niet vergelijkbaar is met Zaak X, omdat Frankrijk als woonstaat het grootste deel van het inkomen belast en daardoor in staat is rekening te houden met zijn persoonlijke en gezinssituatie.
De rechtbank bevestigt dat het Unierecht niet vereist dat Nederland als bronstaat belastingvoordelen moet toekennen aan niet-ingezetenen, tenzij het inkomen in de woonstaat zo gering is dat deze geen rekening kan houden met persoonlijke omstandigheden. Dit is hier niet het geval. De stelling dat Frankrijk geen aftrek van zorgkosten toestaat, leidt niet tot een ander oordeel, omdat dit een verschil in nationale regelgeving betreft (dispariteit) dat niet strijdig is met het Unierecht.
Daarom is de weigering van de inspecteur om aftrek van ziektekosten toe te staan terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard. De aanslag inkomstenbelasting blijft ongewijzigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.