Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende diende een verzoek in voor vrijstelling van inhouding van loonbelasting op haar AOW-uitkering vanaf 1 januari 2019. De inspecteur wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, omdat tegen deze afwijzing geen bezwaar en beroep openstaat.
De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van het verzoek geen voor bezwaar vatbare beschikking is in de zin van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen en de Wet op de loonbelasting 1964. Sinds 1 januari 2003 is de verklaring om vrijstelling facultatief en niet meer in een belastingwet opgenomen, waardoor het gesloten stelsel van rechtsbescherming geldt en bezwaar en beroep niet mogelijk zijn.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Wel wordt besproken dat het onderliggende geschil over de inhouding van loonheffing deels kan worden voortgezet als beroep tegen de inhouding zelf, waarbij de inspecteur instemt met het overslaan van de bezwaarfase. De griffier zal belanghebbende hierover informeren en nieuwe zaaknummers aanmaken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om vrijstelling van loonheffing wordt ongegrond verklaard.