Uitspraak
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
4.De beslissing
13 maart 2019.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De werknemer was bedrijfsleider bij de werkgever en spoot in 2015 een bestrijdingsmiddel op blauwe bessen, wat leidde tot afkeuring van de oogst en schade. De werkgever stelde de werknemer pas in 2018 formeel aansprakelijk voor de schade van ruim €75.000.
De werknemer voerde verweer met onder meer rechtsverwerking, omdat de werkgever hem niet tijdig aansprakelijk had gesteld en er sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen dat geen vordering zou worden ingesteld. De rechtbank oordeelde dat tijdsverloop alleen niet voldoende is, maar dat bijzondere omstandigheden moeten leiden tot gerechtvaardigd vertrouwen.
Gezien het feit dat de werkgever bewust heeft gewacht met aansprakelijkstelling vanwege de arbeidsrelatie en de leningen van de werknemer, en dat na beëindiging van het dienstverband nog 1,5 jaar verstreek zonder aansprakelijkstelling, is sprake van rechtsverwerking. De werknemer is hierdoor benadeeld omdat bewijsrechtelijke achterstand is ontstaan.
De rechtbank wijst daarom de vordering af en veroordeelt de werkgever in de proceskosten. De overige verweren behoeven geen bespreking meer.
Uitkomst: De vordering van de werkgever wegens schade door gebruik bestrijdingsmiddel wordt afgewezen wegens rechtsverwerking.