ECLI:NL:RBZWB:2020:1191
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.P. Hertsig
- T. Peters
- G.M.J. Kok
- Rechtspraak.nl
Sluiting bedrijfspand wegens aantreffen handelshoeveelheid cocaïne in container
De burgemeester van de gemeente Oosterhout heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van een bedrijfspand en het bijbehorende erf voor de duur van 12 maanden. Dit besluit volgde op het aantreffen van 1.160 gram cocaïne in een container op het perceel, onderdeel van een groter drugstransport uit Colombia.
Eiseressen, eigenaar en verhuurder van het perceel, betwistten de noodzaak van de sluiting en voerden aan dat de overtreding was beëindigd door inbeslagname en aanhouding, en dat er geen sprake was van een loop naar het pand. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester terecht aannam dat het pand onderdeel was van een groter crimineel netwerk en dat het risico op herhaling aanwezig bleef.
De rechtbank verwierp het betoog dat slechts gedeeltelijke sluiting passend was, aangezien het terrein als één functionele eenheid fungeert. Ook het ontbreken van verwijtbaarheid aan de zijde van eiseressen werd niet voldoende geacht om af te zien van sluiting, omdat zij onvoldoende toezicht hielden.
De financiële en reputatieschade voor eiseressen werd erkend, maar niet als onevenredig in verhouding tot het algemeen belang van handhaving van de openbare orde. De rechtbank concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een afwijking van het beleid rechtvaardigen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de eigenaar en verhuurder tegen de sluiting van het perceel en de opstallen wordt ongegrond verklaard.