ECLI:NL:RVS:2018:2241
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit sluiting bedrijfspand wegens aantreffen cocaïne wegens onvoldoende motivering
De burgemeester van Baarle-Nassau legde op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet een sluiting van twaalf maanden op aan het bedrijfspand aan de [locatie 1] na een inval waarbij 24 kg cocaïne werd aangetroffen. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de eigenaren ongegrond, maar de eigenaren gingen in hoger beroep. Zij betoogden dat zij geen verwijt treft, omdat zij de huurder goed kenden en de drugs in een tas zaten die door iedereen naar binnen gebracht had kunnen worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting gezien de hoeveelheid drugs, maar oordeelde dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de sluiting niet onevenredig is. De burgemeester had alle omstandigheden, waaronder het ontbreken van signalen van een loop naar het pand, moeten betrekken in zijn besluit. Ook was onvoldoende ingegaan op de vraag of de eigenaren een verwijt kan worden gemaakt.
Verder werd geoordeeld dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden, omdat de andere gevallen die de eigenaren aanhaalden niet vergelijkbaar waren. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de burgemeester een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van het bedrijfspand wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de burgemeester moet een nieuw besluit nemen.