ECLI:NL:RBZWB:2020:1317

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2020
Publicatiedatum
18 maart 2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 5612
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en de daarbij opgelegde boete. Voor het indienen van het beroep is griffierecht verschuldigd. De griffier heeft belanghebbende hierover schriftelijk geïnformeerd, onder meer via een aangetekende brief die volgens Track&Trace is afgeleverd op het opgegeven adres.

Ondanks deze kennisgeving is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn. De rechtbank constateert dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.

De uitspraak is gedaan door rechter M.R.T. Pauwels en griffier L.M. de Leeuw van Weenen op 18 maart 2020. Vanwege corona is de uitspraak niet openbaar uitgesproken maar gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de rechtbank.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 19/5612
uitspraak van 18 maart 2020
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats],
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.

1.Motivering

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer].Y.7.4 en de bij beschikking opgelegde boete. Hiervoor is belanghebbende griffierecht verschuldigd van € 47,00. De griffier heeft belanghebbende daarover schriftelijk geïnformeerd.
De griffier heeft belanghebbende in een aangetekende brief van 23 december 2019 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. De brief vermeldt dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen, indien het griffierecht niet binnen vier weken na dagtekening van de brief is overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

2.Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.R.T. Pauwels, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. de Leeuw van Weenen, griffier, op 18 maart 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Corona-virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting maar wordt deze uitspraak gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
(De griffier is verhinderd (Was getekend)
de uitspraak te ondertekenen)
mr. L.M. de Leeuw van Weenen mr. M.R.T. Pauwels
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.