Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar betreffende de aanslag rioolheffing 2018 voor een onroerende zaak gelegen aan een adres in de gemeente.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld, ondanks dat de uitspraak op bezwaar aan de dochter van belanghebbende was gericht en het beroep namens belanghebbende door zijn schoonzoon is ingesteld. De heffingsambtenaar heeft bevestigd dat het bezwaar ook op belanghebbende ziet.
De rechtbank stelt vast dat de beroepsgronden zich niet richten tegen de aanslag zelf en dat de feiten en omstandigheden waarop de aanslag is gebaseerd niet zijn bestreden. De aanslag is conform de geldende verordening van de gemeente vastgesteld en gehandhaafd. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J. van de Merwe op 26 maart 2020 en gepubliceerd zonder openbare zitting vanwege corona-maatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag rioolheffing 2018 is ongegrond verklaard en afgewezen.