ECLI:NL:RBZWB:2020:1440
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning bijzondere bijstand voor inrichting flat na scheiding
Eiser, na zijn scheiding in 2018, kreeg een flat toegewezen en vroeg bijzondere bijstand aan voor de inrichting daarvan. Het college kende aanvankelijk een bedrag van € 2.215,08 toe, later verhoogd naar € 4.009,80, gebaseerd op 60% van de Nibud-prijzengids voor een éénpersoonshuishouden. Eiser stelde dat hij € 10.240,- nodig had en voerde aan dat bepaalde noodzakelijke spullen zoals een PlayStation 4, magnetron en wasdroger ten onrechte niet werden vergoed.
De rechtbank overwoog dat het college beleidsvrijheid heeft om forfaitaire bedragen vast te stellen en dat de koppeling aan de Nibud-normen niet onredelijk is. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het toegekende bedrag niet toereikend is of dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld. De omstandigheden van eiser, waaronder zijn scheiding en geestelijke problematiek, rechtvaardigen geen afwijking van het beleid. Tevens kan eiser bij een eventuele toekomstige omgangsregeling een nieuwe aanvraag indienen.
De rechtbank concludeert dat eiser met het toegekende bedrag zijn woning fatsoenlijk kan inrichten en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot toekenning van bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard.