ECLI:NL:CRVB:2019:611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger bedrag bijzondere bijstand voor stofferings- en inrichtingskosten
Appellante, betrokken bij een echtscheidingsprocedure, had bijzondere bijstand aangevraagd voor stofferings- en inrichtingskosten bij het betrekken van een nieuwe woning. Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar kende haar een bedrag van € 2.243,50 toe, gebaseerd op de normenlijst van de NIBUD-Prijzengids en het gemeentelijk beleid.
Appellante maakte bezwaar tegen de hoogte van dit bedrag, maar het college verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank Noord-Holland bevestigde dit besluit, waarna appellante in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat de kosten als noodzakelijk en voortvloeiend uit bijzondere omstandigheden in de zin van de Participatiewet moeten worden aangemerkt, maar dat het college bevoegd is forfaitaire bedragen te hanteren. Appellante slaagde er niet in met objectief bewijs aan te tonen dat de toegekende bijstand ontoereikend was. De Raad concludeerde dat het toegekende bedrag passend was en wees het hoger beroep en het verzoek tot schadevergoeding af.
De uitspraak bevestigt het gemeentelijke beleid en benadrukt dat belanghebbenden wel vrijstaan om aan te tonen dat hogere kosten noodzakelijk zijn, maar dat in dit geval onvoldoende bewijs is geleverd. Er is geen aanleiding voor een schadevergoeding of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het toegekende bedrag aan bijzondere bijstand blijft ongewijzigd.