ECLI:NL:RBZWB:2020:1442
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting en opknapkosten bevestigd
Eiseres vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van het inrichten en opknappen van haar woning. Het college wees deze aanvragen af omdat de kosten al waren gemaakt in de periode van 15 augustus tot 6 oktober 2018, ruim vóór de aanvraagdatum van 5 december 2018.
Eiseres voerde aan dat zij vanwege lichamelijke en psychische klachten niet eerder kon aanvragen en dat een medewerkster van de gemeente haar had toegezegd dat zij de kosten vergoed zou krijgen als zij foto’s en bonnen zou overleggen. Het college ontkende dit en stelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet eerder kon aanvragen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen bijzondere omstandigheden had gesteld die een afwijking van het uitgangspunt rechtvaardigen dat bijstand niet wordt verleend voor kosten die vóór de aanvraag zijn gemaakt. Ook was geen sprake van een concrete, ondubbelzinnige toezegging door een bevoegd persoon. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichting en opknapkosten wordt ongegrond verklaard.