Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende gebruikte op 28 juli 2017 een voertuig met Belgisch kenteken op de Nederlandse weg zonder motorrijtuigenbelasting (mrb) te betalen. De naheffingsaanslag en verzuimboete werden opgelegd over de periode van 26 juli 2016 tot 27 juli 2017. Belanghebbende voerde aan dat het gebruik incidenteel was en dat hij recht had op een vrijstelling op grond van de tweewekenregeling, maar slaagde hier niet in.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende het gebruik van het voertuig meerdere malen had en dat het feitelijke ter beschikking hebben van het voertuig de grondslag vormt voor de naheffing, ongeacht de duur van het gebruik. De vrijstellingsregeling werd niet toegepast omdat niet aan de meldingsplicht was voldaan. Ook het beroep op schending van Unierecht en dubbele heffing werd verworpen.
Ten aanzien van de verzuimboete werd geoordeeld dat deze passend en geboden is, mede gezien de financiële omstandigheden van belanghebbende en het doel van de boete. De beroepen werden ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting voor het gebruik van een voertuig met buitenlands kenteken in Nederland.