Eiseres, bekend met lichamelijke en psychische problematiek, had een maatwerkvoorziening individuele begeleiding in natura toegekend gekregen tot 4 maart 2019. Zij vroeg om omzetting naar een persoonsgebonden budget (pgb), welke het college afwees omdat zij niet op eigen kracht het pgb kon beheren en onvoldoende gegevens over de pgb-beheerder had verstrekt.
Eiseres stelde dat zij wel aan de voorwaarden voldeed en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan. De rechtbank onderzocht het procesbelang, gelet op het feit dat de toegekende maatwerkvoorziening was verstreken en eiseres geen nieuwe aanvraag had ingediend.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen voldoende procesbelang had, omdat zij de maatwerkvoorziening per 1 december 2018 had stopgezet en geen schade aannemelijk had gemaakt. Ook was geen belang bij een inhoudelijk oordeel voor toekomstige perioden, aangezien zij geen lopende indicatie had en het college een nieuwe aanvraag opnieuw zou beoordelen.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.