ECLI:NL:RBZWB:2020:249
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens overtreding Opiumwet
Verzoekster, huurder van een woning waarin hennep en verboden wapens werden aangetroffen, maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om de woning zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Zij ontkende betrokkenheid en stelde dat de drugs voor eigen gebruik waren en dat de sluiting onevenredig was vanwege haar gezinssituatie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester terecht uitging van verzwarende omstandigheden, waaronder verboden wapenbezit en een vermoedelijke betrokkenheid van verzoekster. De aangetroffen hoeveelheid softdrugs (87,8 gram) oversteeg het criterium voor eigen gebruik, waardoor sluiting gerechtvaardigd was. Hoewel feitelijke handel niet was vastgesteld, was sluiting noodzakelijk ter bescherming van de openbare orde.
De rechter vond dat de belangen van de minderjarige kinderen voldoende waren meegewogen en dat verzoekster in staat was vervangende woonruimte te regelen. De sluiting werd als evenredig beschouwd. Daarom bleef het besluit naar verwachting in bezwaar in stand en werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.