ECLI:NL:RVS:2019:3907
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Kramer
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens aanwezigheid handelshoeveelheid cocaïne
De burgemeester van Helmond heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet besloten een woning te sluiten voor vier maanden vanwege de aanwezigheid van 5,9 gram cocaïne, vermoedelijk bestemd voor verkoop. Appellant betwistte dit en stelde dat de drugs uitsluitend voor eigen gebruik waren.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, gelet op de hoeveelheid drugs en de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal en weegschalen die duiden op handel. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de bevoegdheid zich richt op het object, niet op de persoon.
Appellant voerde aan dat de sluiting disproportioneel was gezien zijn persoonlijke omstandigheden en verslaving. De Afdeling oordeelt dat de burgemeester alle omstandigheden heeft meegewogen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de sluiting onevenredig maken.
Ook het beroep op nader onderzoek faalt, omdat de rechtbank voldoende informatie had om uitspraak te doen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor vier maanden wegens handelshoeveelheid cocaïne.