Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een beroep tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting door een Luxemburgse beleggingsmaatschappij (SICAV) en haar subfondsen. De SICAV was een paraplufonds met twee subfondsen zonder rechtspersoonlijkheid. De verzoeken om teruggaaf werden namens de subfondsen ingediend, maar door de inspecteur als één verzoek namens de SICAV behandeld.
Vóór de afwijzing van de verzoeken zijn de subfondsen gefuseerd met een andere SICAV (SICAV2) en is de oorspronkelijke SICAV geliquideerd. De belanghebbende stelde dat door deze reorganisatie rechtsopvolging onder algemene titel had plaatsgevonden, waardoor de rechten op teruggaaf en het recht om bezwaar en beroep in te stellen waren overgegaan op SICAV2.
De rechtbank oordeelde dat de oorspronkelijke SICAV op het moment van het indienen van het beroepschrift niet meer bestond en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is voor zover het door de SICAV is ingesteld. Verder stelde de rechtbank dat de bevoegdheid om fiscaal-bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aan te wenden niet overdraagbaar is bij bijzondere titel, maar alleen kan overgaan bij rechtsopvolging onder algemene titel. Omdat de reorganisatie niet kon worden aangemerkt als een juridische fusie onder Luxemburgs recht en geen rechtsopvolging onder algemene titel had plaatsgevonden, was SICAV2 niet bevoegd het beroep voort te zetten. Ook als het beroep door SICAV2 zou zijn ingesteld, was het niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de oorspronkelijke belanghebbende is geliquideerd en geen rechtsopvolging onder algemene titel heeft plaatsgevonden.