ECLI:NL:RBZWB:2020:2935
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Jansen
- Rechtspraak.nl
Klacht ongegrond verklaard over dwangmedicatie en schadevergoeding afgewezen in zaak verplichte geestelijke gezondheidszorg
Verzoeker, opgenomen onder een zorgmachtiging bij GGz Breburg, diende een klacht in tegen de beslissing tot het toedienen van depotmedicatie en verzocht om schadevergoeding. Hij stelde onder meer dat hij geen psychische stoornis heeft, dat de medicatie disproportioneel is en dat zijn wilsbekwaamheid niet werd gerespecteerd.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 8:9 Wvggz Pro niet kan worden geklaagd over de vastgestelde psychische stoornis en de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. De psychische stoornis van verzoeker was voldoende vastgesteld en de medicatie was proportioneel en noodzakelijk.
Verder werd geoordeeld dat de registratieverplichting omtrent wilsbekwaamheid was nageleefd en dat de medicatie rechtmatig werd toegediend vanwege dreigend ernstig nadeel. Ook de informatieplicht was niet geschonden, aangezien verzoeker tijdig mondeling en schriftelijk werd geïnformeerd.
De klacht werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open, met uitzondering van het schadevergoedingsverzoek waartegen hoger beroep mogelijk is.
Uitkomst: De klacht over dwangmedicatie is ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding is afgewezen.