ECLI:NL:RBZWB:2020:3009
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening studiefinanciering en terugvordering wegens onjuiste woonadresregistratie
Eiser maakte bezwaar tegen besluiten van DUO waarin zijn studiefinanciering werd herzien van uitwonende naar thuiswonende norm voor de periode oktober 2015 tot december 2019, en een bedrag van €9.154,07 werd teruggevorderd. Tevens werd een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet daadwerkelijk wonen op het BRP-adres. De rechtbank oordeelt dat de controleurs bevoegd waren het huisbezoek af te leggen en dat het rapport aannemelijk maakt dat eiser vanaf juni 2019 niet op het BRP-adres woonde.
Echter, vanwege een eerdere gegrond verklaard bezwaar over een huisbezoek in maart 2018, mag de herziening en terugvordering zich slechts uitstrekken van 1 april 2018 tot en met 31 mei 2019. Eiser heeft onvoldoende objectief bewijs geleverd dat hij in die periode niet op het BRP-adres woonde. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit voor zover het de ruimere periode betreft.
De boete blijft in stand omdat eiser onvoldoende twijfel heeft gecreëerd over het feit dat hij niet op het BRP-adres verbleef. De minister wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen en het betaalde griffierecht en proceskosten van €1.050,- aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het een ruimere periode betreft; DUO moet een nieuw besluit nemen.