ECLI:NL:RBZWB:2020:3081
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen invordering dwangsommen wegens lozing verontreinigd water
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het waterschap Brabantse Delta tot invordering van twee dwangsommen wegens het lozen van verontreinigd water op oppervlaktewater op 30 januari en 7 maart 2019. Eiseres betwistte dat sprake was van afvalwaterlozing en stelde dat het betrof hemelwater, dat de monsters niet representatief waren en dat sprake was van formalisme excessif.
De rechtbank oordeelt dat de bemonstering representatief was en dat ook bij lozing via hemelwater de last onder dwangsom wordt overtreden. De overschrijdingen van zuurstofverbruik en stikstofnormen zijn voldoende vastgesteld door toezichthouders en het laboratorium Aquon. De stelling van eiseres faalt dat zij niet in strijd met de last heeft gehandeld.
De rechtbank volgt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in het belang van invordering van dwangsommen en wijst het beroep af. Ook is geen sprake van matiging wegens geringe overtreding. Eiseres heeft geen contra-expertise laten uitvoeren, wat haar eigen verantwoordelijkheid is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de dwangsommen worden bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de invordering van twee dwangsommen wegens lozing van verontreinigd water wordt ongegrond verklaard.