Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 24 juli 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker 1] en [naam verzoeker 2], te [woonplaats verzoekers] ,
[naam stichting], te [vestigingsplaats stichting] ,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
gebruikdoor de stichting van de door haar gehuurde ruimte in het pand [adres pand] in strijd met het bestemmingsplan. De last strekt expliciet niet tot het verwijderen van aangebrachte bouwkundige voorzieningen. In het bestreden besluit is ook expliciet overwogen dat de last onder dwangsom niet is bedoeld als ‘preventieve last’ in de zin van artikel 5:7 van Pro de Awb. Beoordeeld moet dus worden of het college terecht stelt dat er op 14 mei 2020 daadwerkelijk sprake was van planologisch strijdig gebruik.
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening van [naam verzoeker 1] en [naam verzoeker 2] (zaaknummer BRE 20/6979 WABOA VV) af;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening van de stichting (zaaknummer BRE 20/7068 GEMWT VV) toe;
- schorst het aan de stichting gerichte besluit van 14 mei 2020 tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 354,= aan verzoekers te vergoeden.