ECLI:NL:RVS:2020:1561
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verlenging begunstigingstermijnen bij last onder dwangsom voor bodemverontreiniging door drugsafval
Het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe legde op 16 maart 2020 aan verzoeker lasten onder dwangsom op vanwege de aanwezigheid van zuivere afvalstoffen in de mestkelder en bodemverontreiniging door amfetaminen/drugsafval op zijn perceel, waar op 18 juni 2019 een drugslaboratorium was aangetroffen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker als overtreder kon worden aangemerkt omdat hij eigenaar is van de grond en feitelijk in staat is de overtredingen te beëindigen. De zorgplicht uit de Wet bodembescherming richt zich niet alleen op de directe veroorzaker maar ook op hem. Daarom zag de rechter geen reden om de lasten te schorsen.
Wel werd de begunstigingstermijn voor het voldoen aan de lasten verlengd, omdat verzoeker weinig tijd had en het college binnen afzienbare termijn op bezwaar zou beslissen. De verlenging van de termijnen is in het belang van alle partijen en er zijn geen dwingende milieubelangen die dit tegenhouden.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan verzoeker. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.E.M. Polak op 7 juli 2020.
Uitkomst: De begunstigingstermijnen voor de lasten onder dwangsom worden verlengd, maar de lasten zelf worden niet geschorst omdat verzoeker als overtreder wordt aangemerkt.