ECLI:NL:RBZWB:2020:3525
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij aanvraag uitkering Participatiewet wegens onvoldoende bewijs
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van Orionis Walcheren om zijn aanvraag voor een uitkering op grond van de Participatiewet af te wijzen. Hij verzocht tevens om een voorlopige voorziening zodat hij tijdens de procedure een uitkering zou ontvangen.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker sinds december 2019 geen inkomen heeft en aannemelijk is dat hij een spoedeisend belang heeft bij de uitkering. Echter, Orionis heeft vastgesteld dat verzoeker onvoldoende bewijs heeft geleverd waaruit blijkt hoe hij in zijn levensonderhoud heeft voorzien in de periode voorafgaand aan de aanvraag. Verzoeker stelde dat hij geld had geleend van zijn oom, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt met bewijsstukken.
Verzoeker had de mogelijkheid om een verklaring van zijn oom te overleggen, maar heeft dit niet gedaan binnen de gestelde termijn en ook niet bij het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter verwacht dat het bestreden besluit in stand zal blijven en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van bijstandsbehoefte.