Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van indoor jeu de boules banen, een prison island en ondersteunende horeca in een pand in Tilburg. Zij vorderden een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er onverwijlde spoed bestond vanwege de geplande opening van het initiatief op 1 augustus 2020, maar dat het spoedeisend belang van verzoekers onvoldoende was aangetoond. Het verzoek werd mede afgewezen omdat de voorlopige motiveringsgebreken in het besluit naar het oordeel van de voorzieningenrechter in de bezwaarprocedure kunnen worden hersteld.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het college het initiatief terecht als een kruimelgeval heeft aangemerkt en dat de strijdigheden met bestemmingsplannen en parkeernormen voorlopig niet voldoende onderbouwd waren om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen. Ook het aangevoerde advies van 24 januari 2020 werd niet als onderdeel van het besluit aangemerkt en kon daarom geen grond zijn voor schorsing.
De rechtbank besloot het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.