Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- overtreding van artikel 3b en 3c van de Opiumwet op de locatie [adres 1] te Middelburg in de periode van 1 januari 2006 tot en met 20 januari 2008;
- diefstal van stroom op de locatie [adres 1] te Middelburg in de periode van 1 januari 2006 tot en met 20 januari 2008;
- overtreding van artikel 3b en 3c van de Opiumwet op de locatie [adres 2] te Borsele in de periode van 1 april 2004 tot en met 4 februari 2008.
2.Het standpunt van de officier van justitie
3.Het standpunt van de verdediging
€ 3.585,16. Het wederrechtelijk verkregen voordeel is niet terug te vinden in het uitgavenpatroon van betrokkene, omdat betrokkene het voordeel niet heeft genoten.
Betrokkene heeft geprobeerd hennep te telen vanuit zaad. Hierdoor wijken de kweektijd en het rendement af van de uitgangspunten als genoemd in het onderzoeksrapport “wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerijen bij binnenteelt onder kunstlicht” van het BOOM april 2005 (hierna: het BOOM-rapport).
4.Het oordeel van de rechtbank
1 april 2004 tot 4 februari 2008 hennep heeft geteeld. Zij sluit hiermee aan bij de door de rechtbank bewezenverklaarde periode. Het is niet aannemelijk geworden dat de periode waarin geteeld is af zou wijken van deze periode.
€ 6.014,70 per oogst.
€ 4,57 per plant, in totaal € 411,30 per oogst;
€ 18.614,40toegerekend aan betrokkene.
€ 4,49 per plant, in totaal € 2.159,69 per oogst;
€ 4,49 per plant, in totaal € 1.755,59 per oogst;
€ 169.097,71, aan betrokkene toegerekend.
€ 187.712,11.
€ 140.784,00. De vordering van de officier van justitie zal zij voor het overige afwijzen.
€ 4.169,00 gesteld moet worden omdat de betrokkene het wederrechtelijk verkregen voordeel niet kan terugbetalen, treft dan ook geen doel.
5.De wettelijke voorschriften
6.De beslissing
€ 187.712,11;
€ 140.784,00, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
360 dagen;