ECLI:NL:RBZWB:2020:3858
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening opschorting bijstandsuitkering
Verzoekster maakte bezwaar tegen twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom: een opschorting van haar bijstandsuitkering per 23 juni 2020 en een verlenging van deze opschorting. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om deze besluiten te schorsen, omdat zij geen inkomen heeft en in acute financiële nood verkeert.
De voorzieningenrechter overwoog dat de maximale opschortingsduur van acht weken inmiddels was verstreken en dat de verlenging geen nieuw opschortingsbesluit betrof, maar een voortzetting van de eerdere opschorting. Indien het recht op uitkering was ingetrokken, zou schorsing niet leiden tot hervatting van de uitkering en zou verzoekster bezwaar kunnen maken tegen de intrekking.
Omdat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan leiden tot het beoogde doel, had verzoekster geen belang bij haar verzoeken. Daarom werden deze niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken omdat de opschortingstermijn was verstreken en verzoekster ook zonder voorziening recht heeft op uitkering.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen opschorting bijstandsuitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard.