ECLI:NL:CRVB:2019:1404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- M. Hillen
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand na opschorting wegens niet-ingeleverde gegevens
Appellante ontving bijstand volgens de Participatiewet en werd geconfronteerd met opschorting en intrekking van haar bijstandsuitkering vanwege het niet tijdig aanleveren van gevraagde documenten over een buitenlandse bankrekening en onroerende zaken in Frankrijk.
Het college schortte de bijstand op en gaf meerdere termijnen om de gevraagde stukken te overleggen. Appellante leverde de gegevens pas na afloop van de hersteltermijn in, waarna het college de bijstand introk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat het college terecht het opschortingsbesluit heeft ingetrokken en een nieuw opschortingsbesluit heeft genomen, waardoor de opschortingstermijn van acht weken niet was verstreken bij de intrekking. Verder is vastgesteld dat de latere inlevering van stukken tijdens de bezwaarfase niet tot herziening leidt, omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat tijdige aanlevering redelijkerwijs niet mogelijk was.
Ook de termijn van zeven dagen om stukken in te leveren is niet onredelijk, mede omdat appellante eerder was verzocht de stukken te overleggen en zij geen gemotiveerd verzoek om uitstel heeft gedaan. De Raad bevestigt daarom de intrekking van de bijstand per 1 december 2015 en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 december 2015 wordt bevestigd wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens binnen de opschortingstermijn.