Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
overhaar broek en niet met zijn hand
inde broek ging. Volgens haar zou ook niemand de aanrakingen hebben gezien. [naam 1] daarentegen verklaart dat zij heeft gezien dat verdachte met zijn hand
inde spijkerbroek van [naam 2] ging.
5.De benadeelde partijen
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten;