Eiser betwistte het besluit van de burgemeester om het eetcafé te sluiten vanwege de aanwezigheid van cocaïne, stellende dat de drugs niet bestemd waren voor verkoop en dat er geen verband was met het pand.
De rechtbank stelde vast dat 1,92 gram cocaïne in 10 gripzakjes was aangetroffen, wat normaal gesproken wijst op handel, maar dat de burgemeester ten onrechte het brutogewicht had gebruikt. De verklaring van een klant dat de cocaïne voor eigen gebruik was, werd door de rechtbank niet aannemelijk geacht.
Wel oordeelde de rechtbank dat de burgemeester onvoldoende had aangetoond dat er een verband bestond tussen de drugs en het eetcafé, mede vanwege onvoldoende betrouwbare meldingen en gebrek aan concrete bewijsvoering.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met de opdracht aan de burgemeester om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.