Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente. De uitspraak op bezwaar dateert van 29 maart 2019, waarna een beroepstermijn van zes weken liep tot 10 mei 2019. Het beroepschrift werd echter pas op 14 mei 2019 door de rechtbank ontvangen.
Belanghebbende stelde dat het beroepschrift op 10 mei 2019 was gepost, binnen de termijn, maar kon dit niet aantonen. De rechtbank overwoog dat de poststempel van het beroepschrift 13 mei 2019 was, wat volgens vaste jurisprudentie de datum van terpostbezorging bepaalt. Zonder bewijs van tijdige verzending is het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank wees het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid en legde geen proceskostenveroordeling op. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.