Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende parkeerde op 25 januari 2019 een auto in Breda op een plaats waar betaald parkeren geldt. Tijdens een controle bleek dat de auto niet was aangemeld bij de parkeerautomaat of via GSM-parkeren, waarna een naheffingsaanslag werd opgelegd.
Belanghebbende voerde aan dat hij pas kort voor de naheffing aanwezig was en dat een ongeschreven regel zou gelden dat pas na 5 tot 10 minuten een naheffing wordt opgelegd. De heffingsambtenaar stelde dat belanghebbende niet direct aan de betalingsverplichting had voldaan en dat een dergelijke ongeschreven regel niet bestaat.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij de heffingsambtenaar ligt en dat deze voldoende is voldaan. Het feit dat belanghebbende eerst een filmpje bekeek en niet direct betaalde, betekent dat de naheffing terecht is opgelegd. De rechtbank past een marginale toets toe en wijst het beroep af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.E.M. Marsé op 19 juni 2020 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.