ECLI:NL:RBZWB:2020:4418
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring bezwaar beëindiging bijstand Participatiewet
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda waarin zijn bezwaar tegen de beëindiging, intrekking en terugvordering van bijstand op grond van de Participatiewet niet-ontvankelijk werd verklaard. Het primaire besluit dateert van 27 mei 2019 en de bezwaartermijn liep tot 8 juli 2019.
Eiser stelde dat zijn gemachtigde tijdig op 13 juni 2019 bezwaar had ingediend, maar het college ontving het bezwaarschrift pas op 29 juli 2019. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift binnen de termijn was verzonden, waardoor het bezwaar niet tijdig was ingediend. Het college had het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank overwoog dat het college mocht afzien van het horen van eiser vanwege de kennelijke niet-ontvankelijkheid van het bezwaar, waardoor het beginsel van hoor en wederhoor niet was geschonden. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar wordt ongegrond verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.