Eiseres, voormalig huishoudelijk medewerkster en logistiek medewerker, meldde zich ziek met diverse klachten waaronder pijn aan de rechter schouder en migraine. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe vanaf december 2017, maar beëindigde deze per augustus 2019 na vaststelling dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Tevens werd een WIA-uitkering geweigerd omdat zij niet de vereiste wachttijd van 104 weken had volgemaakt.
De rechtbank baseert zich op medische rapportages van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige die concludeerden dat eiseres functioneel belastbaar was voor diverse functies en dat haar beperkingen, inclusief migraine, niet zodanig waren dat zij recht had op voortzetting van de Ziektewetuitkering. Eiseres voerde aan dat haar klachten werden onderschat, maar de rechtbank achtte het medisch onderzoek zorgvuldig en vond onvoldoende bewijs voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering heeft beëindigd omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dat de weigering van de WIA-uitkering terecht is vanwege het niet voltooien van de wachttijd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.