ECLI:NL:CRVB:2014:2597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam geweest als trustmanager en leerplichtambtenaar, meldde zich ziek wegens buikklachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees haar WIA-uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en goed gemotiveerd werden geacht.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen waren onderschat en dat het ziekteverzuim hoger was dan vastgesteld. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek toereikend was en dat het ziekteverzuim niet excessief was, met een verzuimpercentage van circa 25%. De arbeidskundige beoordeling dat appellante geschikt was voor de maatgevende arbeid werd bevestigd.
De Raad concludeerde dat het beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd uitgesproken door M.C. Bruning op 25 juli 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.