ECLI:NL:RBZWB:2020:4748
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand in gezinsherenigingsprocedure
Eiser diende op 14 november 2018 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor kosten van rechtsbijstand in een bezwaarprocedure tegen een besluit over gezinshereniging. Het college van burgemeester en wethouders van Tholen wees deze aanvraag op 18 maart 2019 af en verklaarde het bezwaar op 31 juli 2019 ongegrond. Eiser stelde dat de procedure ook door hemzelf werd gevoerd, terwijl het college dit betwistte.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 11 van Pro de Participatiewet alleen personen die zelf in Nederland wonen en niet over voldoende middelen beschikken aanspraak kunnen maken op bijzondere bijstand. De procedure werd gevoerd door de echtgenote van eiser, die in Soedan verblijft en geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. De rechtbank volgde het oordeel van de Centrale Raad van Beroep dat in dergelijke situaties geen bijzondere bijstand kan worden toegekend omdat de kosten niet betrekking hebben op het bestaan van de aanvrager zelf.
Eiser voerde aan dat de toevoeging op zijn naam stond, maar dit leidde niet tot een ander oordeel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het afwijzingsbesluit voor bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard.