Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van twee aanrandingen in Middelburg in september 2018. De officier van justitie baseerde zich op aangiftes van twee slachtoffers en enkele getuigenverklaringen, maar de verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de herkenningen en het bewijs.
De rechtbank overwoog dat het wettelijk bewijsminimum niet was gehaald omdat de verklaringen van de slachtoffers onvoldoende werden ondersteund door onafhankelijk steunbewijs. De herkenning van verdachte door het tweede slachtoffer was beïnvloed door kennis van het politieonderzoek, waardoor deze niet als onafhankelijke bron kon gelden.
De rechtbank concludeerde dat verdachte niet wettig en overtuigend kon worden bewezen de feiten te hebben gepleegd en sprak hem vrij. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor aanrandingen.