Eiseres heeft zorg- en huurtoeslag aangevraagd voor 2017 en ontving in 2018 voorschotten gebaseerd op een geschat toetsingsinkomen van €20.000,-. Na ontvangst van het daadwerkelijke inkomensgegeven van €31.242,-, inclusief een ontslagvergoeding van €7.558,26, stelde de Belastingdienst/Toeslagen de toeslagen definitief vast op €0,- en vorderde terugbetaling van de ontvangen voorschotten.
Eiseres betwistte de definitieve vaststelling en stelde dat de ontslagvergoeding als nabetaling buiten beschouwing moest blijven. De rechtbank oordeelde dat de ontslagvergoeding niet als nabetaling kan worden aangemerkt en derhalve moet worden meegeteld in het toetsingsinkomen, conform vaste jurisprudentie. Hierdoor is het toetsingsinkomen te hoog voor recht op toeslagen.
Verder voerde eiseres aan dat zij financieel niet in staat is de terugvordering te voldoen. De rechtbank stelde dat de Belastingdienst discretionaire ruimte heeft om terugvordering te matigen, maar dat de slechte financiële positie van eiseres onvoldoende reden is om af te zien van terugvordering. Wel is een persoonlijke betalingsregeling mogelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt dat ontslagvergoedingen meetellen bij toeslagtoetsing en dat terugvordering in beginsel moet plaatsvinden, tenzij bijzondere omstandigheden worden aangetoond.