Eiseres, werkzaam als secretarieel medewerkster, kreeg in 2015 een WIA-uitkering toegekend vanwege psychische klachten. Het UWV stelde in maart 2019 haar arbeidsongeschiktheid vast op 32,36% en beëindigde de uitkering per 22 februari 2019. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen werden onderschat, met name vanwege psychische klachten en pijn.
De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek van het UWV, uitgevoerd door verzekeringsartsen die eiseres persoonlijk onderzochten en het dossier bestudeerden. Deze concludeerden dat er geen toename van beperkingen was ten opzichte van eerdere beoordelingen. Het advies van een medisch adviseur van eiseres, gebaseerd op dossieronderzoek, gaf geen aanleiding tot twijfel aan het UWV-oordeel.
Ook de door het UWV geselecteerde functies voor de berekening van de arbeidsongeschiktheid werden als passend beoordeeld. Omdat de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35% ligt, bestaat geen recht op WIA-uitkering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en verzoeken om proceskosten en schadevergoeding worden afgewezen.