ECLI:NL:CRVB:2014:1343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 14 april 2008 werkzaam als audiovisueel medewerker en viel op 2 december 2009 uit wegens psychische klachten. Na beëindiging van het dienstverband in april 2010 kreeg hij een Ziektewet-uitkering, die in april 2011 werd beëindigd. In mei 2012 meldde appellant zich opnieuw ziek wegens psychische klachten, maar het UWV weigerde een nieuwe ZW-uitkering per die datum toe te kennen omdat hij geschikt werd geacht voor arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij ernstige psychische problemen heeft en verwees naar een GAF-score van 40-50, maar de Raad concludeerde dat deze score niet bedoeld is om beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren vast te stellen.
De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was en dat de informatie van de behandelend psycholoog geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. De persoonlijkheidsproblematiek bestond al langer en belemmerde appellant niet in zijn werk. Er was geen reden om een onafhankelijk deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 8 mei 2012.