Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2020 in de zaak tussen
[naam eiser 1] , en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
een goede ruimtelijke onderbouwing”. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college door van eisers te verlangen dat zij een ruimtelijke onderbouwing verstrekken méér gevraagd dan waartoe artikel 2.3, aanhef en onder h. Mor verplicht. De rechtbank vindt steun voor dat oordeel in de toelichting bij de Mor (Stcr. 2010 nr. 5162) waarin is opgenomen dat de in de aanvraag beschreven gevolgen van het beoogde gebruik voor de ruimtelijke ordening de ingrediënten vormen voor de ruimtelijke onderbouwing. De rechtbank leidt daaruit af dat met de beschrijving van de gevolgen van het beoogde gebruik niet bedoeld is een ruimtelijke onderbouwing verplicht te stellen en dat in het verlengde daarvan aanvragers ter voldoening aan artikel 2.3 aanhef en onder h. van de Mor niet verplicht zijn een ruimtelijke onderbouwing te overleggen.