Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2020 in de zaken tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
Procesverloop
€ 1.821,63.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser ontvangt sinds april 2017 een bijstandsuitkering en werd geconfronteerd met terugvordering van €1.821,63 wegens schending van de inlichtingenplicht. Het college stelde vast dat eiser een bankrekening bij BUNQ had verzwegen, wat leidde tot opschorting en intrekking van de uitkering over een bepaalde periode.
Eiser betoogde dat hij alle relevante informatie had verstrekt en dat de BUNQ-rekening van zijn zoon was. Hij voerde tevens aan dat zijn persoonlijke omstandigheden, zoals de zorg voor zijn schizofrene broer, een trauma door het overlijden van zijn dochter en zijn slechte gezondheid, dringende redenen vormden om af te zien van terugvordering. Daarnaast deed hij een beroep op verschillende beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht tot terugvordering overging, aangezien de schending van de inlichtingenplicht vaststaat en geen dringende redenen zijn aangetoond die kwijtschelding rechtvaardigen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd ingetrokken en andere bestuursrechtelijke gronden faalden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.