Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 23 december 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
De feiten
opnieuween WW-uitkering kon worden aangevraagd. Ook gelet op de op 19 januari 2019 ingediende WW-aanvraag en het daarbij gebruikte formulier moet eiseres, volgens het UWV, op de hoogte zijn geweest van het beëindigingsbesluit en moet zij in staat zijn geweest om de bewindvoerder in te schakelen. Daarom is volgens het UWV de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt bestreden besluit I;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van bestreden besluit I in stand blijven;
- draagt het UWV op de door eiseres geleden schade te vergoeden op de in overweging 12 van deze uitspraak beschreven wijze;
- vernietigt bestreden besluit II;
- verklaart het bezwaar tegen het afwijzingsbesluit niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit II;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 47,- en € 48,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.625,-.