Eiser, voormalig directeur en later commercieel medewerker, heeft zich op 26 februari 2019 ziek gemeld en verzocht om een Ziektewetuitkering. Het UWV heeft deze uitkering geweigerd op grond van medische beoordelingen die stelden dat eiser geschikt was om zijn arbeid te verrichten. Eerder had de rechtbank in een uitspraak van 21 februari 2020 al geoordeeld dat eiser per 25 februari 2019 geen recht had op een ZW-uitkering.
In deze procedure werd het bezwaar van eiser tegen de weigering van de uitkering behandeld. De verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep van het UWV concludeerden na onderzoek dat er geen nieuwe feiten waren die een toename van arbeidsongeschiktheid aantoonden en dat eiser geschikt was voor zijn functie als commercieel medewerker.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische situatie op 26 februari 2019 niet anders was dan eerder beoordeeld. Omdat eiser het niet eens is met deze beoordeling, kan hij dit aan de Centrale Raad van Beroep voorleggen, waar hoger beroep is ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten en schadevergoeding af.