ECLI:NL:CRVB:2022:2488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant werkte sinds september 2018 als commercieel medewerker en meldde zich kort daarna ziek. Het UWV stelde vast dat appellant per 25 februari 2019 weer arbeidsgeschikt was. Na een nieuwe ziekmelding werd appellant door een verzekeringsarts onderzocht en per 26 februari 2019 geschikt bevonden voor passende functies. Het UWV weigerde daarop de Ziektewetuitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank bevestigde deze beslissing, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant in staat werd geacht zijn arbeid te verrichten. In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat relevante medische informatie onvoldoende was meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is verricht, dat overleg met de bedrijfsarts heeft plaatsgevonden en dat de verzekeringsarts de beperkingen adequaat heeft beoordeeld. De Raad ziet geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigt de uitspraak dat appellant geen recht heeft op Ziektewetuitkering.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.