Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 23 december 2020 van de meervoudige kamer in de zaken tussen
[naam eiseres] , eiseres,
Procesverloop
OverwegingenFeiten en omstandigheden
"In geval van verminderd functioneren of onvoldoende functioneren moet de leidinggevende hierover in gesprek gaan met de medewerker. (…) Ook zal het verminderd functioneren onderdeel gaan uitmaken binnen de beoordelingssystematiek via de zogenaamde Performance Management module. Binnen onze organisatie zal het altijd zo zijn dat er ondersteuning geboden wordt aan de medewerker om op niveau te komen. Wanneer er echter onvoldoende vooruitgang wordt geboekt zal hierover met de medewerker worden gesproken. Dit kan uiteindelijk resulteren in het aanbieden van een andere functie".Pontes heeft erop gewezen dat sprake is geweest van 2 'formele' op eiseres toegesneden coachingstrajecten (het traject 'effectieve communicatie' in schooljaar 2011-2012, en een traject in 2016-2017 dat is verzorgd door [naam coach] ). Met partijen is ter zitting echter vastgesteld dat verslagen van deze trajecten ontbreken, zodat niet kan worden vastgesteld of Pontes eiseres voldoende ondersteuning heeft geboden om op niveau te komen alvorens tot demotie over te gaan, zoals het demotiebeleid voorschrijft. Door het ontbreken van stukken en nu partijen daarover van mening verschillen, kan ook niet worden vastgesteld met welk resultaat de trajecten zijn afgerond. De rechtbank stelt verder vast dat in paragraaf 6 van het demotiebesluit de volgende passage is opgenomen:
"Wanneer demotie wordt ingezet zal altijd getracht worden dat in gezamenlijkheid en overleg te doen. Op die manier kan recht worden gedaan aan de wensen en mogelijkheden van de medewerker".Uit de stukken kan niet worden opgemaakt dat dergelijk overleg heeft plaatsgevonden, laat staan dat eiseres tijdig is geïnformeerd over een voornemen om tot demotie over te gaan. Ook in zoverre is bestreden besluit I genomen in strijd met het demotiebeleid van Pontes.
verzwarende eisendie horen bij de functie van docent LD. Nu de essentie van de demotie is dat eiseres van de functie van docent LD wordt teruggeplaatst naar die van docent LB, mag een dergelijke beoordeling en motivering naar het oordeel van de rechtbank niet ontbreken. Bestreden besluit I is in zoverre ook genomen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Bij een onvoldoende beoordeling volgt uiterlijk binnen 12 maanden wederom een beoordeling. Tevens wordt met betrokkene specifieke afspraken gemaakt over het vervolgtraject, zoals bijvoorbeeld scholing en begeleiding. De aan de bestreden beoordeling van 27 maart 2019 voorafgaande beoordeling is die van 2 juli 2018, waarin een onvoldoende is opgenomen als definitieve score. In het verslag van deze beoordeling is onder de kopjes 'Actieplan' en 'Actiepunten' steeds de volgende tekst opgenomen:
In overleg met [naam rector] (rector) zal in de eerste weken van het schooljaar 2018-2019 een actieplan worden opgesteld.Een dergelijk actieplan is – in strijd met genoemde bepaling in de Regeling – echter nooit opgesteld, zoals Pontes ter zitting ook heeft erkend. Omdat het functioneren van eiseres niet is beoordeeld tegen de achtergrond van een dergelijk plan en de resultaten daarvan, heeft de bestreden beoordeling naar het oordeel van de rechtbank op onjuiste gronden plaatsgevonden. De ter zitting door Pontes ingenomen stelling dat in het verslag van de beoordeling van 2 juli 2018 wel actiepunten zijn opgenomen, en dat in de periode na deze beoordeling ook verschillende acties zijn ondernomen vanuit Pontes met het oogmerk om het functioneren van eiseres te verbeteren, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. In de door Pontes aangehaalde gesprekken van 28 november 2018, 4 december 2018 en 25 februari 2019 zijn enkele kritiekpunten besproken, maar daarmee kan nog niet gesproken worden van een actieplan in voornoemde zin. Vaststaat dat voorafgaand aan de bestreden beoordeling geen sprake is geweest van een formeel en gestructureerd vervolgtraject, waarmee eiseres de kans is ontnomen om haar functioneren te verbeteren met (bijvoorbeeld) scholing en begeleiding, zoals de Regeling voorschrijft. Dit betekent dat bestreden besluit II is genomen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.