ECLI:NL:CRVB:2018:1928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- K.J. Kraan
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding zonder recht op compensatie
Appellante was sinds 2001 in dienst bij de Universiteit Utrecht en had een verstoorde arbeidsrelatie met haar leidinggevende. Na mediation en een vaststellingsovereenkomst bleef de arbeidsverhouding verstoord. Het college verleende ontslag op grond van artikel 8.4 CAO NU wegens onherstelbare verstoring.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat voortzetting van het dienstverband niet redelijk was vanwege de impasse en het ontbreken van reële herplaatsingsmogelijkheden binnen de organisatie.
Appellante stelde dat er geen verstoorde arbeidsverhouding meer was en dat het college onvoldoende had gedaan voor herplaatsing, maar deze stellingen werden verworpen. Ook haar aanspraak op een compensatie bovenop de uitkering werd afgewezen omdat het college niet overwegend verantwoordelijk was voor het ontstaan van de situatie.
De Raad concludeerde dat het ontslagbesluit rechtmatig was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag wegens onherstelbare verstoring van de arbeidsverhouding wordt bevestigd zonder toekenning van compensatie.