ECLI:NL:RBZWB:2020:6777
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Gebruik van gezamenlijke huurwoning en afgifte goederen tussen medehuurders
In deze kortgedingprocedure tussen moeder en zoon, beiden medehuurders van een huurwoning, staat het gebruiksrecht van de woning centraal. Na een incident op 23 augustus 2020 en een huisverbod voor de zoon, vordert de moeder het exclusieve gebruik van de woning tot de bodemprocedure. De zoon vordert hetzelfde en daarnaast de afgifte van zijn goederen uit de woning.
De kantonrechter overweegt dat het belang van de moeder bij het behoud van de woning zwaarder weegt, mede omdat de zoon tijdelijk bij zijn vader verblijft en niet wenst terug te keren. De vordering tot exclusief gebruik van de woning wordt aan de moeder toegewezen, maar de machtiging tot uitvoering met politiehulp wordt afgewezen omdat die niet nodig is.
De vordering tot afgifte van goederen wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing van vernieling of verduistering. Partijen zijn het eens over het ophalen van een deel van de spullen. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familiale relatie tussen partijen.
Uitkomst: De moeder krijgt het exclusieve gebruiksrecht van de huurwoning toegewezen tot de bodemprocedure; de vordering tot afgifte van goederen wordt afgewezen.