Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
Deze overeenkomst is aangegaan vooronbepaalde tijd,ingaande op1 juni 2013.”,
9.1 Bij het aangaan van deze huurovereenkomst is huurder eigenaar van het gebouw waarin het gehuurde zich bevindt. Huurder heeft een koopovereenkomst gesloten waarbij verhuurder het gebouw waarin het gehuurde zich bevindt heeft gekocht van huurder. Bij het aangaan van deze huurovereenkomst en koopovereenkomst was bij partijen bekend dat huurder de bedrijfsruimte reeds in gebruik heeft voor opslag. Na de verkoop blijft dit gebruik gehandhaafd middels deze huurovereenkomst. Verhuurder krijgt echter een gedeelte van de bedrijfsruimte ter beschikking gesteld dat niet tot het gehuurde behoort, zie bijgevoegde tekening gehuurde. Verhuurder plaatst voor haar rekening op het buitenterrein achter het gehuurde een overkapping, zodat huurder de opslag op het gedeelte van de bedrijfsruimte dat niet tot het gehuurde behoort daar naar toe kan verplaatsen, dus betreft enkel de haspels en niet de lieren en powerpacks.
n.a.v. ons onderhoud d.d. 03-12-2014 betreffende de huurovereenkomst (…), bevestig ik volgende afspraken met jou te hebben gemaakt;
Hierbij mijn akkoord op jouw onderstaande offerte.