Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2016, vastgesteld op een negatief belastbaar bedrag met een verliesvaststellingsbeschikking. Zij wenste de onroerende zaken in haar ondernemingsvermogen te herwaarderen om verliesverdamping te voorkomen, wat zou leiden tot een hogere belastbare winst.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende wel ontvankelijk is in bezwaar en beroep, omdat zij met deze rechtsmiddelen een betere positie kan verkrijgen. Echter kan het bezwaar of beroep niet leiden tot een verhoging van de aanslag of verlaging van het verlies, waardoor geen sprake is van een rechtstekort.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat het ontbreken van belang tot niet-ontvankelijkheid leidt, maar hier is ontvankelijkheid aangenomen. De inhoudelijke beoordeling toont dat de door belanghebbende gewenste herwaardering niet via bezwaar of beroep kan worden gerealiseerd.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2016 is ongegrond verklaard.