Eiser, voormalig financieel administratief medewerker, is sinds maart 2017 arbeidsongeschikt door psychische en lichamelijke klachten, waaronder whiplash na een verkeersongeval. Het UWV kende hem een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 45,05% per 21 maart 2019. Eiser maakte bezwaar tegen deze mate van arbeidsongeschiktheid en stelde zich volledig arbeidsongeschikt.
De rechtbank beoordeelde de medische rapportages van verschillende verzekeringsartsen en concludeerde dat het UWV op zorgvuldige wijze de beperkingen van eiser had vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Hoewel eiser aanvullende klachten en beperkingen aanvoerde, vond de rechtbank dat deze onvoldoende werden onderbouwd en dat de revalidatiearts niet de expertise bezit om de FML te corrigeren.
Ook de arbeidsdeskundige van het UWV stelde dat eiser geschikt is voor bepaalde functies, waarop de mate van arbeidsongeschiktheid is gebaseerd. De rechtbank vond geen aanleiding om dit oordeel te betwisten. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en het UWV-besluit bevestigd.