Eiser, een MBO-student, ontving een uitwonendenbeurs van DUO. Na onderzoek concludeerde DUO dat eiser niet feitelijk woonde op het BRP-adres waarop hij stond ingeschreven. Op basis van huisbezoeken en verklaringen van buurtbewoners werd vastgesteld dat op het adres alleen een jong gezin woonde en geen student.
DUO herzag de studiefinanciering naar de norm voor thuiswonenden en vorderde € 2.309,99 terug. Tevens legde DUO een boete van € 1.050,65 op wegens het niet voldoen aan de woonverplichting. Eiser betwistte de bevindingen, onder meer door aan te voeren dat de huisbezoeken onvoldoende gespreid waren en dat verklaringen van buurtbewoners onbetrouwbaar waren vanwege taalproblemen.
De rechtbank oordeelde dat de huisbezoeken voldoende verspreid waren en dat de verklaringen van buurtbewoners, ondanks de taalbezwaren, betrouwbaar waren. De latere verklaring van de buurvrouw waarin zij stelde dat eiser wel woonde op het adres, werd niet doorslaggevend geacht. De verklaringen van familieleden waren onvoldoende objectief bewijs.
De rechtbank bevestigde dat DUO de studiefinanciering terecht had herzien en de boete terecht had opgelegd. De hoogte van de boete was proportioneel en eiser had onvoldoende onderbouwd dat hij deze niet kon betalen. Het beroep werd ongegrond verklaard.